Blaasstenen
Blaas en/of urineweg problemen zijn een veel voorkomende afwijking in de dierenartsenpraktijk. Patiënten met blaasstenen vormen gelukkig maar een klein deel van deze groep en nierstenen zijn al helemaal een zeldzaamheid.
Het ontstaan van blaasstenen is afhankelijk van een flink aantal factoren.
In de eerste plaats is het goed om je te realiseren dat urine eigenlijk een behoorlijk complexe oplossing is, die gebruikt wordt om een flink aantal afvalstoffen (ureum, creatinine, calcium, magnesium, fosfaten, natrium, kalium en water) uit het lichaam te verwijderen.
Naast de mineralen varieert de zuurgraad van de urine ook nog. Door infecties kan de zuurgraad van urine zodanig veranderen dat kristallen neerslaan, die op hun beurt kunnen samen klonten tot blaasstenen. Behalve variaties in de samenstelling (mineralen en zuurtegraad) van de urine zijn ook andere factoren van belang bij het ontstaan van blaasstenen. Het kan het gevolg zijn van verschillende ziekten of dieetfactoren.
Dik zijn en weinig activiteit verhogen de kans op het ontstaan van blaasstenen. Een geringe mate van erfelijkheid lijkt mee te spelen, daar in sommige lijnen (families) het vaker voorkomt dan in andere, maar hoe deze vererving loopt is niet duidelijk.
Verbazingwekkend genoeg kunnen blaasstenen soms behoorlijk lang aanwezig zijn zonder dat de eigenaar iets merkt aan de hond. Ooit verwijderde ik 30 blaasstenen uit een poedel terwijl de hond nooit plasklachten had gehad. De stenen werden bij een routine onderzoek voor de jaarlijkse enting ontdekt.
Meestal echter is het eerste wat opvalt een steeds terugkerend beeld van blaasontsteking, te weten; vaak kleine plasjes, pijnuiting bij plassen, bloed bij de urine, onzindelijkheid. Bij reuen zien we ook een enkele keer dat ze plotseling verstopt zitten als een steentje in de plasbuis tegen het zogenaamde penisbotje vastloopt. Deze honden worden dan in verloop van één dag direct erg ziek. Ze proberen te plassen, hebben continue aandrang, maar behalve enkele druppeltjes urine komt er verder niets door.
Het verkrijgen van de diagnose blaasstenen is niet altijd even gemakkelijk. Niet alle blaasstenen geven röntgencontrast. Een röntgen-dubbelcontrast (met lucht en een contrastmiddel) of een echo kan dan uitkomst bieden, maar zelfs kleine steentjes kunnen dan toch nog gemist worden.
Blaasstenen variëren enorm voor wat betreft hun samenstelling en ook hun uiterlijk kan heel erg verschillend zijn. Het varieert van klein tot groot, van hard tot zacht, van glad tot grof en van wit tot zwart.
Er zijn 6 soorten blaasstenen beschreven, waarvan de calcium-oxalaat steen het meest voorkomt bij de Dwergschnauzer. Blaasstenen komen over het algemeen vaker voor bij reuen dan bij teven.
De calcium-oxalaat steen is zuurgraad onafhankelijk. Dat wil zeggen dat hij niet oplosbaar is door de zuurgraad van de urine, door middel van een dieet, te verlagen. Een operatie is eigenlijk altijd nodig.
Vergruizen van blaasstenen zoals dit bij mensen gebeurt, behoort in Nederland helaas niet tot de mogelijkheden.
Bij reuen waar een blaassteen in de plasbuis is vastgelopen, is het soms mogelijk deze met behulp van een catheter terug te spoelen. Lukt dat niet dan moet ook deze steen via een operatie worden verwijderd. Het aanleggen van een stoma vlak voor het penisbotje is in sommige gevallen noodzakelijk. De reuen hebben hier geen last van maar zijn daarna wel wat gevoeliger voor het ontstaan van blaasontstekingen. Overigens kunnen deze reuen niet meer dekken.
Preventie van calcium-oxalaat stenen is niet altijd gemakkelijk. De urine verzurende diëten die bij andere blaassteensoorten nuttig zijn, moeten hier juist vermeden worden. Het is dus belangrijk dat altijd goed wordt uitgezocht wat voor soort blaasstenen het betreft. Als er sprake is van een verhoogd calciumgehalte in het bloed, moet gekeken worden wat hiervan de oorzaak is en dit moet behandeld worden. Daarnaast moet in het dieet een overmaat van natrium en eiwit vermeden worden en juist fosfaten en magnesium mogen niet beperkt worden. Soms kan kalium-citraat aan de voeding worden toegevoegd. Vermijd echter overtollig Vitamine D (verhoogt calciumopname via de darm) en overmatig vitamine C (wordt in het lichaam omgezet in o.a. oxalaat).
Tot slot nog dit, heel vaak wordt urine onderzocht op de aanwezigheid van kristallen. Het aanwezig zijn van bepaalde kristallen in de urine zou een aanwijzing kunnen zijn voor het ontstaan van blaasstenen of zouden op zichzelf al een terugkerende blaasontsteking kunnen veroorzaken. Een veelgemaakte fout bij dit onderzoek is echter het onderzoeken van niet verse, eventueel gekoelde urine. Als urine langer dan 1 uur bewaard wordt, al dan niet gekoeld, kan dat door de dan al veranderende zuurgraad en samenstelling een behoorlijk vertekend beeld geven. Een dergelijk onderzoek dient dan ook altijd met verse urine plaats te vinden.
Namens de dierenartsen van Dierenkliniek Kortenoord Wageningen,
Frans Smeur